Tijdens carnaval 2026 heeft Danny de Munk het nog eens verwoord: ,,We weten niet hoe lang ons leven mag duren en daarom moeten we zelf de slingers ophangen.” Dat hebben we tijdens carnaval 2026 mogen doen. Het is voor ons een unieke ervaring geworden die we meedragen in de rest van ons leven. Daarvoor willen we niet alleen alle medewerkers, maar ook de feestvierders bedanken. Tevens willen we speciaal onze dank uitspreken aan mensen die we op ziekenbezoek mochten ontmoeten. Inderdaad mochten, want we hebben dinsdag heel bijzondere momenten beleefd.
Wij hebben in het verleden volop carnaval gevierd en dachten dat we best een aardig idee daarover te hebben, maar we stonden toch perplex hoe groot deze vereniging in ons kleine dorp is. We beseffen dat onze voorgangers dit al verschillende keren hebben gezegd, maar óók wij zijn daarvan erg onder de indruk geraakt. Tegelijkertijd bleef alles heel persoonlijk, want we hebben vrienden voor het leven gemaakt en in onze vele gesprekken gemerkt hoe zeer we in Vaassen allemaal met elkaar zijn verbonden.
Voor ons is carnaval een feest dat voordien al bij ons leven hoorde, maar dat gold niet voor al onze naasten. Het was geweldig om mee te maken hoe zij zijn gegrepen door onze passie. Zij beseffen nu waarom het voor ons zo mooi is. Bovenal zijn zij geraakt door de wijze waarop mensen met elkaar en met hen zijn omgegaan. Tevens verdienen de oma’s aan Gerald’s kant alle lof, want zij hebben juist thuis een groot steentje bijgedragen. Toch gaat onze dank vooral uit naar onze partners Mark en Olga. Zij hebben aangetoond dat ‘er voor elkaar zijn’ niet bestaat uit woord en gebaar, maar vooral uit daad. Dankzij hen hebben we dit écht met zijn vieren gedaan. In zo’n context maakt een bijzonder woord wel direct grote indruk.
Toen we zeven maanden geleden zijn gevraagd, waren we vooral zenuwachtig over wie onze Prins respectievelijk Prinses zou worden, maar vanaf de eerste seconde hebben we een goede klik. Dus een compliment voor de mensen die ons hebben gekozen en hier oog voor hadden. Daarna hebben we best over onze grenzen moeten stappen, want we waren nou niet bepaald podiumbeesten. Dankzij de Elfde van de Elfde, het Prinsenbal en de uitwisselingen zijn we echter op een gemoedelijke manier klaar gestoomd voor de grote wedstrijd: in ons eigen Rossumdaerp.
Daardoor konden we ook zo genieten van alles wat daar gebeurde. Dat Gerald met Danny de Munk ‘Bloed, zweet en tranen’ heeft mogen meezingen is zeker na het jaar wat hij heeft gehad een moment om voor altijd mee te dragen. Het persoonlijk gesprek dat Laura had met Danny de Munk en het feit dat ze met Vieze Jack mocht dansen… We beseffen dat artiesten mensen zijn, maar het zijn gebeurtenissen die we alleen hebben mogen beleven dankzij De Rossumdaerpers. Dank!
Hoe gek het ook klinkt, zelfs het afgaan van het brandalarm was een ervaring. Natuurlijk baalden we verschrikkelijk. Het is nooit gebeurd en dan gebeurt het uitgerekend in ‘ons jaar’, maar achteraf was het vooral indrukwekkend om te zien dat iedereen toch weer veilig naar huis is gegaan.
Daarom tot slot nog eens een heel groot woord van dank aan iedereen. We hadden het meest te maken met De Raad van Elf, Adjudant Erwin en de narrinnen, maar al die andere mensen die ons achter de schermen hebben bijgestaan verdienen eveneens lof. Daarom een diepe buiging voor hen die we als feestvierders nooit te zien hebben gekregen, maar van wie we nu weten hoe onmisbaar zij zijn om de feesten mogelijk te maken. We wonen in een klein dorp, maar hebben een grootse vereniging.
Prins Gerald I en Prinses Laura I.

